Geschiedenis

Geschiedenis van de vrouwen bij de Belgische politiediensten

Hoewel de vrouwen in België later hun intrede deden bij de politie dan in andere Europese landen, vertoont hun geschiedenis gelijkaardige kenmerken.

vrouwen bij de gemeentepolitieVrouwen bij de gemeentepolitie

In de jaren 1970 werden de eerste politievrouwen aangeworven bij de gemeentepolitie, voornamelijk om in te spelen op noden binnen jeugd- en sociale afdelingen. Deze zogenaamde “sociale” taken, die vaak geassocieerd werden met klassieke rolpatronen, werden door het politie-instituut niet als volwaardige politietaken beschouwd. Daardoor kregen vrouwen in deze functies weinig weerstand. De aanwezigheid van vrouwen liet toe dat mannelijke collega’s zich konden richten op het “echte” politiewerk.

Vanaf 1978 kwamen vrouwen ook in aanmerking voor algemene politietaken, waarbij zij gelijke rechten, verloning en promotiekansen opeisten. Deze evolutie botste met het bestaande beroepsimago van de politie, wat leidde tot meer controle op de instroom van vrouwelijke kandidaten.

Eind 2001, net voor de politiehervorming, maakten vrouwen iets meer dan 10% uit van het personeelsbestand van de gemeentepolitie.

Vrouwen bij de rijkswacht

De eerste vrouwelijke leden van de Rijkswacht traden toe in 1981. Voor officieren gebeurde dit pas in het begin van de jaren 1990, dan nog slechts geleidelijk.

In 1992 legde de regering een quotum op: tegen eind 1998 moest de Rijkswacht 600 vrouwelijke onderofficieren en 40 vrouwelijke officieren tellen.

vrouwen bij de rijkswachtZoniet mochten de openstaande functies niet ingevuld worden door mannelijke kandidaten. Door een jaarlijkse instroom van 25% vanaf 1993 werd dit quotum uiteindelijk behaald in juli 1999. Eind 2001 was ongeveer 6% van het operationeel korps vrouw.

In 1993 werden de selectieproeven aangepast met als doel meer vrouwelijke kandidaten aan te trekken. Zo werd de vereiste lichaamslengte verlaagd van 1,68 m naar 1,63 m en werden zware fysieke proeven vervangen door een medico-sportieve test. Op 1 april 1999 werd de minimumlengte verder verlaagd naar 1,52 m, in voorbereiding op de invoering van de Geïntegreerde Politie, waar geen minimumlengte meer vereist was. Wel bleef een rijbewijs B verplicht.

Er werd gestreefd naar gelijke selectievoorwaarden voor vrouwen en mannen. Sommige experts wezen erop dat een uniforme lengte-eis indirect discriminerend werkte voor vrouwen, die gemiddeld kleiner zijn dan mannen.

Vanaf 1994 voerde de Rijkswacht een driejaarlijkse publiciteitscampagne die de aanwezigheid van vrouwen benadrukte en de waarden van het korps onderstreepte. Specifieke rekruteringscampagnes voor vrouwen verdwenen echter stilaan vanaf eind jaren 1990.

altVrouwen bij de gerechtelijke politie bij de parketten

Tot 1979 konden vrouwen niet deelnemen aan de examens voor agent-inspecteur bij de gerechtelijke politie. Wel waren er enkele vrouwelijke leden binnen het korps jeugdpolitie, dat toen nog onafhankelijk functioneerde. Hun opdrachten beperkten zich tot jeugd- en zedenzaken.

Na de wet op de economische heroriëntering van 1978 kregen vrouwen voor het eerst de mogelijkheid deel te nemen aan de rekrutering van 1980–1981. Eind 2001 waren vrouwen vertegenwoordigd met ongeveer 6% binnen de gerechtelijke politie.